Column van de Dag: Neil Young – Peace Trail

Foto: Wikipedia

Tweede muziekcolumn van Marius van Buuringen: Iedere twee weken verhalen over zowel oude als nieuwe producties, oudere artiesten met opvallende nieuwe releases, en even zo vaak boeiende achtergrondverhalen. Kortom: Verhalen uit de wereld van Marmusic. Vandaag richt Marius zich op Neil Young en zijn nieuwste album Peace Trail.

Neil Percival Young. Laat de ‘Percival’ even weg en we weten allemaal over wie we het hebben: de Canadese singer-songwriter, die naast zijn solowerk met onder andere Crazy Horse ook bekend is van Buffalo Springfield en bovenal van Crosby, Stills, Nash & Young (CSNY). Tot nu toe bracht hij 36 studioalbums uit, met het album Harvest uit 1972 als meest succesvolle.

Waar het mee begon: The Squires
Zijn eerste succes boekte Young met The Squires, een rock-‘n-rollgroep, naast Neil Young bestaande uit drummer Ken Smyth, bassist Ken Koblun en slaggitarist Allan Bates bestond. Deze band maakte instrumentale muziek en coverde popliedjes van onder andere The Shadows.

Het begrip ‘self made’ is met betrekking tot The Squires helemaal op z”n plaats. Diverse malen per week oefende de band in Smyths kelder en maakte gebruik van versterkers die Neil Young zelf in elkaar had gezet. Neil Young zelf speelde op een oranje Gretsch-gitaar en de band toerde rond in de auto van Youngs moeder of in de Chrysler van Smyths vader.

Op 23 juli 1963 namen The Squires hun eerste singles op bij radio-dj Bob Bradburn, waaronder ‘The Sultan’ op, die in november 1963 op V Records werd uitbracht. Het was Youngs eerste opnamesessie en tijdens deze sessie werd ook voor het eerst zijn zang opgenomen. Neil Young zelf over deze sessie: “I discovered I could yell and play really loud, and that was fun, I liked that”. Toch bleven The Squires ook daarna louter instrumentale muziek spelen.

Doorstart
Het avontuur met the Squires duurde tot de zomer van 1964. Toen gingen The Squires uit elkaar. Maar in de herfst van 1964 maakte Neil Young een muzikale doorstart. Hij richtte hij de groep opnieuw op samen met Ken Koblun, schoolvriend Bill Edmundson en pianospeler Jeff Wuckert. Sindsdien traden ze op als Neil Young & The Squires. Young kocht een gammele lijkwagen, een Buick Roadmaster uit 1948, waarmee de band rondreisde. In het voorjaar van 1965 traden Neil Young & The Squires op in het voorprogramma van Stepehn Stills’ band The Company.

Aan het eind van de zomer van 1965 werd echter ook deze band opgeheven, verruilde Neil Young zijn Gretsch-gitaar voor een twaalfsnarige akoestische gitaar en ging solo verder.

Twee mooie maanden ‘The Mynah Birds’
In januari 1966 sloot Neil Young zich, op verzoek van bassist Bruce Palmer, aan bij The Mynah Birds uit Toronto. James Johnson Jr., die in de jaren tachtig een grote hit zou scoren met het funknummer Super freak, was leadzanger van deze band. Hij was uit de Amerikaanse marine gedeserteerd en werkte in Canada onder het pseudoniem Rick James om zich voor de autoriteiten te verbergen. James’ oom, Melvin Franklin van The Temptations, bracht de band in contact met Motown.

“a Rolling Stones kind of R&B thing”
The Mynah Birds namen voor Motown zestien liedjes op. Ze combineerden rock-‘n-roll met soul. Young beschreef zelf de muziek van The Mynah Birds als “a Rolling Stones kind of R&B thing”: “rhytm and blues zoals de Rolling Stones die speelden”. Hij gebruikte eerst nog zijn twaalfsnarige gitaar, maar zakenman John David Eaton schonk hem een elektrische gitaar en een aantal versterkers.

De opnamen waren nog in volle gang toen James wegens zijn desertie werd gearresteerd, waardoor de band in maart 1966 uit elkaar ging. Hun platencontract werd ontbonden en Motown gaf hun muziek dus niet uit. Een musicoloog wist de tapes in het begin van de jaren negentig in het Motown-archief terug te vinden. Eén single, getiteld It’s my time, met op de B-kant Go on and cry, werd pas in 2006 voor het eerst uitgegeven.

Buffalo Springfield
Palmer en Young verkochten de gitaar en de versterkers die Eaton hen had geschonken.  Met dit geld kocht Young wed-erom een zwarte lijkwagen uit 1953. Hiermee reisde het tweetal naar Californië om daar hun geluk te beproeven. Op 6 april 1966 kwamen Palmer en Young Stephen Stills tegen en vervolgens richtten Neil Young, Bruce Palmer, Stephen Stills en Richie Furay de rockband The Herd op. Al gauw vernoemden ze zich naar een stoomwals Buffalo Springfield. Op 15 april 1966 trad de band voor het eerst op in het voorprogramma van The Byrds. Hun debuutalbum, met daarop de grote hit For What It’s Worth werd in 1967 uitgegeven.

Ondanks het succes verliet Neil Young in mei 1967 de band omdat hij voortdurend ruzie had met Stephen Stills. Het vertek was echter niet van lange duur, want al na vier maanden keerde hij terug. Tijdens zijn afwezigheid was Neil Young vervangen door David Crosby van The Byrds. De muziek die de band na het debuutalbum (en zonder Young) opnam, zou aanvankelijk door Atco Records worden uitgegeven onder de titel Stampede. Het album werd echter niet afgemaakt en is ook nooit uitgegeven. In plaats daarvan werd ‘Buffalo Springfield again’ als opvolger van het debuutalbum uitgegeven.

De hereniging van Neil Young met Buffalo Springfield bleek echter ook nu van korte duur. In mei 1968 verliet hij op-nieuw de band en een paar weken later hield Buffalo Springfield op te bestaan. Young was teleurgesteld. In een inter-view in februari 1969 verklaarde hij dat de band meer had kunnen bereiken, maar dat het gebrekkige succes het on-mogelijk maakte nog langer samen te werken. Op 5 februari 1968 nam Young zijn laatste liedje, I Am A Child, voor het derde album op in de Sunset Sound Studios. De band trad op 5 mei dat jaar in de Long Beach Arena voor het laatst op. Het derde album, Last time around, werd op 30 juli 1968 uitgegeven.

Solocarrière
Na Buffalo Springfield werkte Young aan zijn eerste soloalbum. Zijn manager Elliot Roberts en pianist en producer Jack Nitzsche hielpen hem aan een platencontract bii Reprise Records, dat het album in november 1968 uitgaf. Een maand later volgde de single The Loner. Voor zijn tweede soloalbum, Everybode Knows This Is Nowhere uit 1969, werkte Young voor het eerst samen met de Amerikaanse band Crazy Horse. Deze band was oorspronkelijk een zang-groep en bestond destijds uit bassist Billy Talbot, drummer Ralph Molina, gitaristen Danny Whitten en George Whitsell en violist Bobby Notkoff. Young speelde met The Rockets, zoals de band zich toen nog noemde, in de Whisky-a-Go-Go.

Crosby, Stills, Nash & Young
Na Everybody knows this is nowhere sloot Young zich aan bij de supergroep Crosby, Stills & Nash. Zij hadden al succes gehad met hun eerste album. Stephen Stills had eerst John Sebastian van The Lovin’Spoonful gevraagd, maar deze weigerde. Crosby, Stills, Nash & Young, afgekort tot CSNY, traden op 16 augustus 1969 voor het eerst op. Twee dagen later speelden ze ook op het muziekfestival Woodstock. In twee maanden namen ze het album Déjà Vu op. Het album werd een mega-succes. Er werden meer dan zeven miljoen exemplaren van verkocht. De liedjes Woodstock, geschreven door Joni Mitchell, Teach Your Children en Our House werden als singles uitgebracht en werden stuk voor stuk wereldhits.

In de winter van 1969 toerden CSNY door Noord-Amerika en in 1970 door Europa. Op 6 januari 1970 speelde het vier-tal in de Royal Albert Hall te Londen, met onder het publiek Paul McCartney en Donovan. Stephen Stills over dit optre-den: “That was the first time we’d ever really been affected by nerves. (…) But when Neil gets nervous he plays very hard and puts his guitar out of tune and then has to tune back again”, aldus Stills.

Abrupt einde tournee
Door onenigheid tussen de bandleden eindigde de tournee vrij plotseling. Naar aanleiding van het Kent State-bloedbad schreef Young het protestlied Ohio, waardoor het viertal toch weer even bij elkaar kwam om het nieuwe liedje op te nemen. Een live opgenomen versie werd in 1970 als single uitgebracht. In april 1971 bracht Atlantic Records het livealbum 4 Way Street uit.

Persoonlijk leven en andere activiteiten
Neil Young was tot 2014 36 jaar lang getrouwd met Pegi Morton. Samen hebben ze twee kinderen, dochter Amber en een ernstig gehandicapte, grotendeels verlamde zoon, Ben. Uit een vorige relatie begin jaren zeventig, met actrice Carrie Snodgress, heeft hij een zoon Zeke, die met een hersenverlamming werd geboren.

Young is sinds midden jaren 70 een enthousiast verzamelaar van modeltreinen van het merk Lionel. Sinds 1994 heeft hij een substantieel aandelenpakket opgebouwd in de producent van deze treinen. Hij houdt zich ook actief met het management van het bedrijf bezig. Youngs interesse in het bouwen van modelbanen is grotendeels te danken aan het feit dat hij zo samen met zijn zoon Ben bezig kan zijn. Achter zijn huis heeft Young een hal laten bouwen, waarin hij, samen met zijn familie, een zeer grote modelbaan heeft gebouwd.

Goede doelen
Neil Young is betrokken bij diverse goede doelen. Jaarlijks organiseert hij het Bridge School Benefit, waarvan de opbrengsten gaan naar de Bridge School in San Francisco. Hij heeft ook diverse bijdragen geleverd aan Farm Aid, een eveneens jaarlijks terugkerende actie om de aandacht te vestigen op de slechte financiële situatie waarin veel Amerikaanse boeren zich bevinden. In 2012 richtte Neil Young het bedrijf Pono Music op, met als doel een muziek- en mediaspeler aan te bieden die, in tegenstelling tot de mediaspelers die momenteel de draagbare audio-markt domineren, hoge resolutie-albums kan afspelen en tegelijkertijd eenvoudig te bedienen is.

EARTH (2015)
Ik ben een groot fan van Neil Young, de ragger, de houthakker die zijn valse gitaar laat snerpen als een cirkelzaag in een groot Canadees bos en zonder aanzien des persoons rustig een nummer van een half uur gaat lopen beuken. Vanuit dit oogpunt ben ik de laatste jaren niet echt verwend door vriend Neil, mede omdat zijn vast herrieschopploeg, Crazy Horse, door allerhande gezondheidsproblemen even niet beschikbaar was voor het betere sloopwerk.

Gelukkig heeft onze oude baas ( 71 jaar  inmiddels) nieuwe kornuiten gevonden in Promise Of The Real, de band die wordt aangevoerd door de twee zonen van Willie Nelson. Deze band zit tussen Crazy Horse en Americana in, waardoor de live-dubbelaar Earth – opgenomen op verschillende plekken tijdens de 2015 Amerikaanse tour – zowel rag- als rustige nummers bevat.

PEACE TRAIL (2016)
Beweerde ik eerder dat ik zo’n fan ben van Young de ragger en houthakker die zijn valse gitaar laat scheuren als een cirkelzaag in een groot Canadees bos, en zonder aanzien des persoons rustig een nummer van een half uur gaat lopen beuken, krijg ik nu een totaal akoestische Neil Young plaat voor mijn kiezen.

Young blijft op zijn oude dag een enorm productief baasje want dit is alweer zijn 38e album, opgenomen met de studiomuzikanten Jim Keltner (drums) en Paul Bushnell (bas). Akoestisch dus, en daar word ik dus helegaar… heel blij van. Want dit is wel degelijk de bijtende, sarcastische en boze Neil die ook zijn akoestische gitaar kan laat snerpen tot diep in je beenderen, ondersteund door een ritmesectie die wel degelijk de oren van je hoofd bonkt. De teksten zijn uiteraard zwaar politiek, waarbij het gaat van het lot van native Americans (“Indian Givers”) via de tijden waarin we leven (“Terrorist Suicide Hang Gliders”), tot de toekomst (“My New Robot”).

Ik hoop dat ‘The Donald’ deze plaat cadeau krijgt tijdens zijn inauguratie, hij kan er veel van opsteken.

Meer op digitaal radiostation www.marmusic.nl
Livestream Marmusichttp://live.mystreamplayer.com/marmusic

article
6791
Column van de Dag: Neil Young - Peace Trail
Tweede muziekcolumn van Marius van Buuringen: Iedere twee weken verhalen over zowel oude als nieuwe
https://heemskerk.nieuws.nl/cultuur/6791/column-dag-neil-young-peace-trail/
2016-12-22T19:55:38+00:00
https://cdn.nieuws.nl/media/sites/143/2016/12/08152419/Neil_Young_2008_Firenze_02.jpg
Column van de dag, Marius van Buuringen, Marmusic, Neil Young
Algemeen, Cultuur, Radio IJmond