Politie IJmond vertelt uit de nachtelijke praktijk. Een verhaal dat ook eens die andere, in media veel te weinig belichte kant laat zien van de hedendaagse jongeren.
(Bron: Facebookpagina Politie IJmond)
We hebben nachtdienst op een zaterdagnacht in begin juli. We zijn de dienst nog niet begonnen, of de meldkamer stuurt ons al naar een jeugdoverlast. Het is nog lekker weer buiten, zaterdagnacht en dan blijven jongeren langer buiten hangen met geïrriteerde buurtbewoners tot gevolg.
Nadat we de eerste melding hebben afgehandeld, komen er nog een paar meldingen van jeugdoverlast binnen. Ook die handelen we af. De sfeer onder de jongeren is prima, maar zoals zo vaak schreeuwen ze naar elkaar, in plaats van fluisteren. We wijzen ze op de buurtbewoners die niet meer zo laat opblijven.
Naarmate de nacht vordert nemen de overlastmeldingen af. Dan worden we om 02.00 uur opgeroepen door de meldkamer. Iemand heeft de politie gebeld omdat er een bejaarde man voor het gemeentehuis in Heemskerk op straat ligt, niet op zijn benen kan staan en niet weet wie hij is.
Wij gaan snel ter plaatse. Bij het gemeentehuis zien we niks. Dan zien we twee jonge meiden naar ons zwaaien. Wij lopen naar ze toe. Ze staan bij een voortuin van een huis in de Maarten van Heemskerckstraat. Achter de meiden zien we een bejaarde man op een bankje in die voortuin zitten met een grote glimlach op zijn gezicht. Ik loop op de man en vraag hem wat er is gebeurd. "Ik weet het niet. Ik ging een stukje lopen en ik weet niet meer waar ik ben. Toen kwam ik deze aardige meiden tegen en die hebben goed voor mij gezorgd." Ik zag dat de man duidelijk in zijn nopjes was met alle aandacht.
Op de vraag hoe hij heet en waar hij woont antwoordde hij dat hij dit niet meer weet. Ik vraag of ik in zijn zakken mag kijken. Dat mag. In zijn jaszak vind ik een briefkaart. Zo te zien verzonden vanaf een zonnig vakantieadres. Hierop staat een naam van een persoon en een adres van een verzorgingshuis in de buurt. Ik vraag aan de man of de naam op zijn kaart, zijn naam is. "Ja", roept hij, "dat ben ik! Hoe weet u dat?".
Met onze ondersteuning brengen wij hem, voetje voor voetje, naar onze auto. Onderwijl bedankt mijn collega de meiden, die nog geen 18 zijn en terugkomen van een feestje.
Terwijl we zo naar voren schuifelen ruiken we urine-achtige geur. Van alle spanning heeft de man wat laten lopen. We leggen een vuilniszak op de achterbank en rijden naar het verzorgingshuis. Daar bellen we aan en het personeel blijkt hem te kennen. De beste man herkent het personeel en bedankt ons. Zij brengen hem naar bed.
De jeugd van tegenwoordig. Helemaal zo slecht nog niet.