Deze week kan heel Europa weer getuige zijn van het
Eurovisie Songfestival. Zo rond de 160 miljoen kijkers stemmen af op het
liedjesfestival dat dit jaar in Bazel plaatsvindt. Onder hen tussen de 4 en 5
miljoen Nederlanders, waarmee het songfestival een van de meest bekeken
programma’s is van het hele jaar. Het meest bekeken, maar zeker niet het meest
gewaardeerd. Want kijk op de social media en het lijkt erop dat het
songfestival louter drie uurtjes zijn collectieve ergernis. Welnu, daar geloof
ik helemaal niets van.
Toen Jeangu Macrooy in 2021 tijdens het Eurovisie
Songfestival in het Rotterdamse Ahoy "Birth of a New Age" zong zaten
er maar liefst 5,4 miljoen Nederlanders aan het scherm gekluisterd. Duncan
Lawrence, winnaar van het liedjesfestijn in 2019 moest het met een miljoen
kijkers minder doen, maar ook 4,4 miljoen is nauwelijks slecht te noemen. En
dan Anouk: haar ‘Birds’ zagen zelfs 5,9 miljoen Nederlanders aan zich voorbij
vliegen.
Kortom: indrukwekkende kijkcijfers, al moet ik toegeven dat
die de laatste drie jaar een beetje zijn ‘ingekakt’. Zo moest S10 in 2022
genoegen nemen met 2,2 miljoen kijkers, bereikten we een dieptepunt met Mia
& Dion die 1,84 miljoen trokken en haakte vorig jaar een groot deel van de
kijkers af na de diskwalificatie van Joost Klein, waardoor het kijkersaantal
bleef steken op 2,1 miljoen.
Maar toch, ondanks die wat tegenvallende kijkcijfers in de
laatste drie jaar, zelfs die 1,84 miljoen van Mia & Dion is op zich niet
verkeerd. Dat is nog altijd aanzienlijk meer dan succesprogramma’s zoals B&B
Vol Liefde, Expeditie Robinson, Denkend
aan Holland en de remake van Te Land, Ter Zee en in de Lucht.
Iedereen een mening
Hiermee blijkt weer eens te meer wat een wonderlijk fenomeen
het Eurovisie Songfestival is. Ongeveer iedereen heeft er een mening over. En
als ik het zo om me heen hoor, dan helt die mening in het merendeel van de
gevallen over naar de negatieve kant. Muzikaal zou het niets voorstellen, het
is het grootste rariteitenkabinet van het jaar, de manier van stemmen is niet
goed, de Nederlandse inzendingen helemaal fout, de commentator heeft de
verkeerde toon, kortom: Blijkbaar ergeren we ons collectief helemaal kapot…
drie uur lang, onafgebroken… met z’n twee- tot vijfmiljoenen bij elkaar. Nou,
ik zal je zeggen, ik geloof daar helemaal niets van!
Ik geloof er niets van dat wij ons koesteren in
zelfkwelling. Ik denk dat we dat songfestival, diep in ons hart, eigenlijk best
wel leuk vinden. Niet dat we ook maar iets snappen van de overdosis muzikale
uitspattingen uit de Balkanlanden. Niet dat we nu het gevoel hebben dat we
zitten te kijken naar de absolute pareltjes van de internationale
conservatoria, maar toch… vraag me niet wat het maakt dat het zo’n waanzinnige
aantrekkingskracht op ons heeft, maar dat heeft ’t wel!
Freakshow en springplank
Hoe dat komt? Misschien heeft het te maken met het gevoel
van nationale trots. Wij houden van Oranje en gaan dus graag die Europese
competitie aan. Of misschien is het gewoon ons oude circus- en kermisgevoel:
het stille verlangen naar de ouderwetse freakshow. Kijken naar de vuurspuwer,
de degenslikker, de man met twee hoofden, het varken met één oog of de geit met
4 hoorns. Want ja, laten we eerlijk zijn, behalve de muzikale hoog-(en
laag-)standjes op het songfestival, zijn we door de jaren heen ook op visueel
vlak niet gespaard.
En heel misschien kijken we ook wel naar het Eurovisie
Songfestival in de hoop dat er een nieuwe ABBA op zal staan. Want het
songfestival heeft zich toch ook door de jaren heen bewezen als de springplank
en/of het podium voor grote artiesten. Om er maar een paar te noemen: Freddy
Quin (Junge, komm balt wieder), Frida Boccara, Udo Jürgens, Vicky leandros,
Celine Dion, France Gall en Cliff Richard.
Komende week gaat in het Zwitserse Bazel de 69e
editie van start van het Eurovisie Songfestival. Bijna 7 decennia geleden, in 1956,
werd de allereerste editie georganiseerd, toen nog heel bescheiden en intiem, ook
in Zwitserland (in Lugano) met slechts 7 deelnemende landen: België, Frankrijk,
Italië, Luxemburg, Nederland, de Bondsrepubliek Duitsland en Zwitserland. Dat
hadden er 10 kunnen zijn, ware het niet dat Denemarken, Oostenrijk en het
Verenigd Koninkrijk zich te laat hadden aangemeld en daarom niet door de
organisatie werden toegelaten.
En jawel, meteen een mooi Nederlands wapenfeitje op dit
inmiddels beroemde muzikale podium: Het allereerste liedje dat ooit werd
gezongen op het Eurovisie Songfestival was ‘De vogels van Holland’, dat
gezongen werd door Jetty Paerl. Het liedje was geschreven door Annie
M.G.Schmidt en Cor Lemaire.
Het bleek niet voldoende voor de eindoverwinning. Want die
eerste Eurovisie Trofee ging naar de Zwitserse Lys Assia met haar Refrain.
Later zou zij vooral bekend worden door haar liedje ‘Oh, mein Papa’.
Sinds 'Vogels van Holland’
Tussen die ‘Vogels van Holland’ van Jetty Paerl en het 'C’est
La Vie' van Claude, waarmee Nederland dit jaar hoopt hoge ogen te gooien, zijn in de afgelopen 68 jaar heel wat vreemde vogels aan ons voorbij getrokken, variërend van de pure
knulligheid van ‘Kokette Katinka’ (waarmee de Spelbrekers een legendarische
score van nul punten wisten te bereiken) tot soms onbegrijpelijke
freaky-horrorshow van Lordy met “Hard Rock Hallelujah”
Het waren achtenzestig edities van het Eurovisie
Songfestival waarbij ons als kijkers niets bespaard is gebleven. En gezien het
feit dat we ieder jaar opnieuw met vele miljoenen erop afstemmen concludeer ik
dat we ook niet anders zouden willen, ondanks het feit dat we daar niet altijd
voor uitkomen. Maar ja, zo werkt ’t nu eenmaal… 'C’est La Vie'!