Elke maand hebben we het over een dier of plant die je op
dat moment in de duinen kunt spotten. Deze maand in de rubriek 'Vandaag in het
Duin’ gaan we op zoek naar stalkruid en kattendoorn.
Kattendooorn en kruipend stalkruid behoren beide tot de
vlinderbloemigen. Ze zijn dan ook zeer in trek bij hommels, bijen en
zweefvliegen. Ze zijn een tweelingsoort, kruipend stalkruid onder de naam
Ononis repens subspecie procurrens en kattendoorn Ononis spinosa subspecie
spinosa.
Verschil
Meestal zijn ze goed van elkaar te onderscheiden. Stalkruid
is een sterk klierachtig behaarde plant die kleverig aanvoelt en laag bij de
grond blijft, terwijl kattendoorn een meer opgaande bossige groeiwijze heeft
met verhoutende stengels die bezet zijn met stevige doorns.
Theo Baas
Kattendoorn
Strategie
Beide (onder)soorten hebben hun eigen strategie om vraat te
voorkomen, bij attendoorn zijn dat de stekels, bij kruipend stalkruid de
kleverigheid en de onaangename “bokkengeur”. Wrijf maar eens een blaadje tussen
je vingers. Beide soorten houden van een matig voedselrijke, vochthoudende en
kalkrijke grond.
Kruipend stalkruid is een soort van duingraslanden. De
liggende stengels wortelen op de knopen waardoor de soort hele matten kan
vormen. Dankzij de klierachtige beharing is de plant bestand tegen lichte
overstuiving.
Rode lijst
Landelijk gezien is kattendoorn de meest algemene soort. Het
is echt een soort van dijken. Wanneer de dijken door schapen worden begraasd
blijft de kattendoorn dankzij hun stekels onaangetast. Planten die tussen
kattenkruid groeien profiteren hiervan waardoor er onbegraasde eilandjes
ontstaan. Landelijk gezien is de soort sterk achteruitgegaan en staat inmiddels
op de rode lijst als “gevoelig”.
Duinbehoud is dé onafhankelijke stichting voor
bescherming van de kust. In belang van de natuur en mensen. Want de kust, die
koesteren we. Meer weten? Ga naar www.duinbehoud.nl