Als we de natuurkenners moeten geloven dan maken mollen vooral molshopen in de paartijd tijdens de zogenaamde 'mollenritten', wanneer de mannen op zoek naar de vrouwen. Welnu: het 's nu paartijd en notabene ook nog Valentijnsdag. De organisatoren dan ook 'hoopvol' dat er dit jaar records gaan sneuvelen.
Het is dit weekend voor de zevende keer dat dat de Zoogdiervereniging, Vroege
Vogels, Natuurpunt en de Jaarrond Tuintelling de
landelijke mollentelling organiseren. Dat wil zeggen: molshópentelling, want de mollen zelf
laten zich moeilijk tellen, omdat die nu eenmaal onder de grond zitten.
Doel van de telling is om inzicht te krijgen in de
verspreiding van dit voornamelijk ondergronds levende zoogdier. De mol (Talpa
europaea) komt verspreid over heel Nederland voor, maar hoeveel mollen er in
Nederland onder de grond leven is niet bekend. Evenmin is bekend welk
leefgebied de voorkeur heeft van de graver. Om meer over het dier te weten te
komen wordt dus de landelijke Mollen-, of eigenlijk molshopentelling
georganiseerd.
Voor het tellen van de mollen, of liever gezegd, de
molshopen, hoef je niet per definitie net ver van huis. Tellen kan vaak al in
de eigen tuin (waar de mol lang niet altijd wordt gewaardeerd), of in het park
in de buurt, in het bos of vooral ook in weilanden.
80 duizend molshopen
Overigens is de kans dat je een levende mol, uitwerpselen of
pootafdrukken vindt erg klein. Molshópen zijn daarentegen des te meer
zichtbaar. Dat bleek al tijdens eerdere mollentellingen. Zo werden er tijdens
de vorige telling maar liefst 80 duizend molshopen geteld. De meeste
waarnemingen kwamen toen uit Noord-Holland, gevolgd door Gelderland en
Zuid-Holland. Flevoland heeft tot nog toe steeds de minste waarnemingen.
Blijkbaar zijn de diertjes er niet echt op gebouwd om te graven in de vette
klei van de voormalige Zuiderzee.
Waar toen helemaal geen molshopen werden geteld was op de
Waddeneilanden. Ondanks dat mollen goed kunnen zwemmen, lijken ze deze eilanden
(nog) niet te hebben bereikt.
Dit weekend tellen
Dit weekend kan er dus drie dagen lang worden geteld.
Meldingen kunnen worden gedaan via het speciale mollenmeldpunt , en
waarnemingen in de tuin kunnen ook via de Jaarrond Tuintelling ingevoerd
worden.
Meedoen
Meedoen aan de Mollentelling kan op verschillende manieren.
Waarnemingen van mollen of mollensporen in jouw tuin, zoals molshopen, kun je
doorgeven via
www.tuintelling.nl .
Mollensporen buiten jouw tuin kun je bij het speciale mollenmeldpunt op
www.waarneming.nl invoeren. Het belangrijkste is om de locatie,
datum en type waarneming (molshoop, levende of dode mol) door te geven. Sta je
bij een veld met veel molshopen? Maak dan een schatting van het aantal
molshopen en voer dit getal bij het mollenmeldpunt in bij ‘Aantal individuen’.
De verzamelde data worden opgenomen in de Nationale Databank Flora en Fauna
(NDFF). De Mollentelling wordt mede mogelijk gemaakt door de NDFF/BIJ12.