KENNEMERLAND - Met de zomer voor de deur maken de
medewerkers van Dierenambulance Kennemerland (DAK) zich op voor extra drukte.
Veel jonge vogels, egels en konijntjes die gevonden worden en moeten
worden opgehaald, dieren die worden achtergelaten op te warme plekken,
botulisme met vis- en vogelsterfte, en soms ook huisdieren die achtergelaten
zijn omdat het baasje op vakantie ging.
Kortom: de handjes kunnen weer uit de mouwen bij de circa 90
vrijwilligers van de Dierenambulance. Normaal gesproken zet je bij extra drukte
ook extra medewerkers in, alleen is dat nu net het probleem. Ook veel
vrijwilligers gaan op vakantie in de zomerperiode met als gevolg dat er juist
mínder ‘handjes’ beschikbaar zijn.
Het is een probleem dat voor de DAK net zo oud is als het
bestaan van de organisatie en wat ook vóór deze zomer niet meer op te lossen
is. Vrijwilligers die zich nu zouden aanmelden moeten immers eerst een
opleidingstraject volgen om daadwerkelijk plaats te kunnen nemen in de
ambulance. Dat opleidingstraject is een combinatie van praktijk (het meerijden,
soms als extra bijrijder, met de ambulance) en theorie (een traject opgezet
door DAK samen met VONK).
Dierenambulance klaar voor nieuwe (bij)rijders
Drukte in zomerperiode ideaal leermoment voor nieuwe
vrijwilligers
Toch is het heel zinvol wanneer nieuwe vrijwilligers zich
juist nu, vlak voor de zomer, aan zouden melden. “Juist door de drukte tijdens
de zomermaanden is het voor nieuwe vrijwilligers een ideaal moment om
praktijkervaring op te doen”, aldus Colette Hesse, algemeen manager bij
Dierenambulance Kennemerland. “Door mee te rijden met de ervaren chauffeurs
(rijders), die bijna alles al een keer hebben meegemaakt, krijgen ze in korte
tijd te maken met alle mogelijk situaties”.
(bij)rijders
Twee van die ervaren rijders zijn Margreet Kraaijer en Hans
Bilars. Samen rijden ze op een van de twee dierenambulances die 24/7 paraat
staan.
Twee van de vaste vrijwilligers op de Dierenambulance Hans Bilars en Margreet Kraaijer
Margreet rijdt inmiddels al 3,5 jaar mee op de ambulance en
is erg enthousiast over haar werk, dat zich niet beperkt tot het ophalen en/of
verzorgen van dieren maar ook met het opvangen van de baasjes en eigenaren van
de dieren. “Het opvangen van de baasjes is enorm belangrijk”, vertelt ze. “
Soms heb je te maken met baasjes die net hun huisdier verloren hebben door
bijvoorbeeld een ongeluk. Die zijn dan ontzettend verdrietig, en dan lijden wij
ook mee. Mensen kunnen op zo’n moment vaak geen beslissingen nemen van ‘wat te
doen met het overleden huisdier’. Achterlaten, meenemen, zelf begraven… Wij
nemen dan het dier mee en zorgen dat ’t er goed uit komt te zien voor als ze
hem of haar later komen ophalen of men nog afscheid wilt nemen’.
Nog meer ervaring heeft Hans Bilars. Hij werkt inmiddels al
27 jaar als vrijwilliger bij de DAK. “Ik werkte toen nog in ploegendienst bij
de Hoogovens en daardoor had ik genoeg vrije tijd om wat extra’s te doen. Dat
werd dus de Dierenambulance. En dat ben ik altijd blijven doen. Eerst op de
Communicatieweg in Beverwijk en later dus hier op de Kleine Houtweg in
Heemskerk”. Inmiddels is Hans gepensioneerd en verhuisd naar Alkmaar,
maar nog altijd is hij 1 dag per week als rijder beschikbaar. “Dat blijf ik doen
zolang ik kan”, aldus Hans.
Op de vraag wat voor hen het werk zo mooi maakt, zijn
Margreet en Hans het met elkaar eens: “Vooral de dankbaarheid van alle mensen.
Of ze nu een gevonden vogeltje melden, of verdriet hebben om een overleden
huisdier, ze tonen zich allemaal dankbaar voor wat we doen”.
Dierenambulance heeft méér nodig dan alleen (bij)rijders
Als er gezocht wordt naar vrijwilligers voor de
Dierenambulance denkt men al snel aan de chauffeurs (rijders), maar deze
vormen slechts een deel van de vrijwilligers. Zo zijn er ook ‘handjes’ nodig in
de centrale voor het beantwoorden van de telefoon, het aansturen van de
ambulances en het registreren van de ritten in de administratie.
Centralisten vaak het eerste contactpunt bij de Dierenambulance
Ook hard nodig zijn natuurlijk de dierverzorgers. Dieren die
door de ambulance worden opgehaald moeten ook worden verzorgd tot het moment
dat ze weer vrij de natuur ingaan, ze worden meegenomen door hun baasje, of
worden overgebracht naar een dierenopvang of -asiel. Dat is altijd binnen 24
uur, want langer mogen dieren niet verblijven bij de opvang van de
Dierenambulance. Dat met uitzondering van enkele 'eigen' dieren in en rond het
pand van de DAK, zoals een haan en enkele kippen, enkele kanaries en niet te
vergeten de inmiddels 25-jarige en enigszins brutale roodstaartpapegaai Kobus.
En dan is er bij de DAK ook nog ruimte voor ‘handige mensen’
in het klusjesteam, ofwel de zogenaamde ‘mopperploeg’. Dit zijn de dames en
heren die er voor zorgen dat alles in en rondom het gebouw netjes blijft. Zij
verzorgen het onderhoud van het gebouw maar ook van de tuin en het
buitenterrein.
Jubileumjaar
Dierenambulance Kennemerland heeft nu eerst de (drukke)
zomermaanden voor de boeg. Maar daarna is het tijd voor een feestje. In
september bestaat DAK namelijk 50 jaar. Een mijlpaal die groots gevierd kan
worden op, hoe kan het anders, Dierendag, dus op 4 oktober 2025.
De geschiedenis van DAK gaat terug tot 1973 en begon met de
heer P. Schuit uit
Heemskerk, die een zwaargewonde herdershond vond langs de Rijksstraatweg. Hij
regelende EHBO en zorgde dat de hond naar de dierenarts werd gebracht. Toen hun
initiatief groeide, richtte het echtpaar Schuit op 1 september 1975 officieel
de Stichting Dierenambulance Kennemerland op, om structureel dierenhulp te
bieden en met gemeenten samen te werken. Een succesverhaal dat op 1 september
a.s. een gouden randje krijgt.
Maar tot die tijd gaan eerst een zomer lang de handjes uit
de mouwen van hopelijk ook veel nieuwe vrijwilligers die in de voetsporen
kunnen treden mensen zoals Hans en Margreet en al die vrijwilligers in andere
functies, die allemaal één ding met elkaar gemeen hebben: ze zouden niet anders
meer willen!